‘Onopgeefbaar verbonden met het volk Israël’ – Dr. Vreekamp

Onopgeefbaar verbonden met het volk Israel’- kunnen we deze intentie bijbels onderbouwen?                           Dr. Henk Vreekamp

1.

Deze ochtend zijn we bijeen in één van de Nijkerkse kerken. In Nijkerk waar Joods leven ooit bloeide, op hoog niveau. Met twee synagogen, Portugees en Hoogduits. De kerken zijn er nog. De synagogen niet meer.

En weer wordt de vraag hardop gesteld. Aangewakkerd door de uitnodiging van premier Netanyahoe: ‘Joden uit Europa, kom naar Israël’.

Een Nederland zonder Joden? Een Europa zonder Joden?’ De feiten liegen niet. Het kwaad in eigen persoon toont weer zijn ware gelaat. Het antisemitisme. In dit Nederland, in dit Europa zijn we hier als christenen bijeen. Dat doen we in aanwezigheid van opperrabbijn Jacobs.

2.

Deze dag bezinnen wij ons op de vraag waarom en hoe we als christenen concreet invulling moeten en kunnen geven aan de opdracht van de kerk tot onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël.

Onopgeefbaar verbonden met het volk Israel. Wie aan Israel komt, komt aan de kerk. Zo simpel is het.

Hoe praktisch? Daarover straks meer.

Nu eerst: Waarom?

Wat staat er precies in de kerkorde (zie bijlage I)? ‘De kerk is geroepen gestalte te geven aan haar onopgeefbare verbondenheid met het volk Israel’. Welke kerk is hier aan het woord?

De Protestantse Kerk in Nederland als deel van wereldkerk. Een overwegend heiden-christelijke kerk.

Deze identiteit blijkt hieruit dat zij als haar taak ziet de aandacht voor de plaats van Joodse leden van de kerk te bevorderen (Ordinantie 1,2,2).

Welk gewicht hebben deze woorden over het onopgeefbare? Het gewicht van een grondwet. Romeinse cijfers. De kerk spreekt hier belijdend. Met inzet van haar leven. Hiermee staat of valt de kerk. Hoe kwam deze intentie-verklaring in de grondwet van de kerk terecht? Het was ouderling mr. H.J. Bruins Slot die op de gereformeerde synodevergadering van 9 oktober 1979 in een amendement de uitdrukking introduceerde. ‘De gemeenten dienen, met name ook in de Woordverkondiging, te worden gewezen op de onopgeefbare verbondenheid van de Kerk met het Joodse volk en daarvan te getuigen’.

Wat was de aanleiding?

Dat was de tv-serie Holocaust die in het voorjaar van 1979 was uitgezonden. Hierin werd het leven van een Joodse familie ten tijde van nazi-Duitsland onuitwisbaar in beeld gebracht. Het proclameren van deze verbondenheid met het Joodse volk was dus een late reactie – na 34 jaar – op de verdelging van zes miljoen Joden in het hart van christelijk Europa.

Onopgeefbaar. Een woord dat niet in Van Dale te vinden is. Een uniek woord voor een unieke relatie. Onopgeefbaar: dit geeft de kerk nooit op. Onopgeefbaar verbonden met het volk Israel.

Het Joodse volk. Mensen van vlees en bloed. Geen theologische Joden, zoals te vaak opgevoerd in kerkelijke teksten.

Israel, de naam voor het volk dat in 1942, tijdens de Wannsee-conferentie, geheel ten dode was opgeschreven en dat in het voorjaar van 1948, in de geboorte van de staat Israel, zich aan het oog van de volkerenwereld toonde als een levend volk. Am Jisrael chai.

Elk volk heeft grond onder de voeten. Ook dit volk. Israel, volk en land.

Op de studiedag in november vorig jaar liet Leo Mock liet zien dat Israël als volk en land van cruciale betekenis is voor elke Jood. Immers alleen onder eigen bestuur kunnen alle geboden (zowel de persoonlijke als de maatschappelijke) worden uitgevoerd.

De combinatie van de beide bijbelse grondwoorden bloed en bodem – volk en land – in nazi-handen tot een meest verderfelijke combinatie gesmeed, werd opnieuw hervonden.

De staat Israël als het begin van het ontluiken van onze verlossing. Vandaag, 2 maart 2015, is het 11 Adar 5775 op de joodse kalender.

Overmorgen begint de Vastendag van Esther: Poerim. Wat staat tegenover onopgeefbaar verbonden? Onopgeefbaar vijandelijk. Het beginsel van Amalek. Déze verbondenheid zoekt de kerk gestalte te geven. Allereerst door de anti-verbondenheid te bestrijden.

Het gaat om inzicht in en bestrijding van het antisemitisme (Ordinantie 1,2,2)

Bestrijden.

Het scherpste werkwoord uit de kerkorde. De kerk weert wat haar belijden weerspreekt (Kerkorde Art. I,1) Dat is ook een sterk werkwoord: weren. In deze kerk werd onlangs een predikant van de toegang tot de kansel geweerd. Jezus zou niet bestaan hebben maar teruggaan op een Egyptische mythe. Er stonden verontruste leden van de kerk op: deze opvatting moet geweerd worden.

Maar bestrijden – dat gaat over gif. Geen compromis mogelijk. Antisemitisme wil de dood van de Jood. Om geen andere reden dan dat deze medemens Jood is.

3.

Vallen deze kerkorde-passages – voor het eerst na bijna tweeduizend jaar christendom aldus geformuleerd – bijbels te onderbouwen? Onder bijbels versta ik allereerst de Schrift in haar éénheid van Oude en Nieuwe Testament.

Ik maak me grote zorgen over de eenzijdige fixatie op het Nieuwe Testament in de kerk van vandaag. Ik vind dat de kerk zich verzet actief dient te verzetten tegen de uitgave van een los NT, tussen Maleachi en Matteus losgescheurd uit de gegeven band van eenheid.

Een los NT is niet het NT zoals het in de Bijbel staat, aldus de in Nijkerk geboren en getogen Samuel Gerssen. Wanneer worden prediking en theologie noodzakelijk ‘vals’? Als zij – aldus mijn leermeester J.M. Hasselaar in 1971 bij de heruitgave van ‘Edda en Thora’ van K.H. Miskotte – hun norm en gezag ontlenen aan een geïsoleerd Nieuwe Testament, dat weggescheurd is uit de éénheid van de Schrift’. Met andere woorden: geen Alpha-cursus zonder Aleph-cursus.

Dit gezegd hebbend, is er vervolgens ten diepste maar één theologische basisvraag: die naar de verhouding van OT en NT.

Een klassiek kerkelijk patroon ziet er zó uit: De christelijke theologie is gebaseerd op het begin van het boek Genesis en, met overslaan van de rest van het OT, op het NT. Van Adam, de eerste Adam, gaat het rechtstreeks naar Christus, de tweede Adam. Met overslaan van Mozes en de Profeten. Dit is een oeroude theologie met catastrofale gevolgen.

Allereerst voor het Joodse volk. En dan ook voor de kerk zelf.

In onze tijd verzetten onder anderen theologen als Friedrich-Wilhlem Marquardt en R. Kendall Soulen zich deze desastreuze bijbeluitleg. Ik kan mij goed vinden in het uitgangspunt van Soulen:

Christenen belijden dat de God van de Hebreeuwse Schriften in Jezus van Nazareth handelde voor heel de wereld.

En vandaar stelt hij opnieuw de vraag aan de orde naar de canon van de bijbel. Welk verhaal vertelt de Bijbel als geheel? Het verhaal van de verkiezing van het volk Israel met oog op alle volken.

Na drie mislukkingen, verteld in Genesis 1-11, het echec van de hof van Eden, de niet alles reinigende watervloed in de dagen van Noach, de vermetele greep van de mens in stad en toren van Babel, probeert God het nog één keer met het avontuur mens. Dan roept Hij Abram.

Daarmee begint het verhaal, voor christenen van Genesis tot Openbaring, van kaft tot kaft. Van Lech lecha (Genesis 12:1) tot ‘Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om u deze dingen te getuigen in de gemeenten. Ik ben de Wortel en het geslacht van David, de blinkende Morgenster.’ (Openb. 22:16)

De verhouding van God en mens is vanaf Genesis 12 expliciet de verhouding van God met Israël en hierin met al zijn mensenkinderen. Dit verhaal loopt door in het NT.

Ter illustratie een passage uit de brief van Paulus aan de gemeente in Rome. (zie bijlage II)

Als een pars pro toto. Aan Rome, waar hij nog niet is geweest, schrijft de apostel een brief, met oog op zijn reis naar Spanje, in zijn dagen het einde der aarde en dus het doel van zijn roeping als apostel der heidenen. Maar dit alles – Rome en Spanje – in het perspectief van Jerusalem, de navel der aarde, de moedergemeente van de kerk.

(15:7) Aanvaard elkaar, Joodse en niet-Joodse volgelingen van Jezus. Zoals ook de Gezalfde ons heeft aanvaard. Tot lof aan God.

(15:8,9) Jezus is Dienaar, diaken, geworden (en gebleven) van zijn volk Israel. Dat vanwege de trouw (emet) van God. Om de beloften gegeven aan de vaderen te bevestigen.

En zó:

De niet Joden (etne) de God te laten loven. Dat laatste vanwege de barmhartigheid van God (chesed).

Chesed we Emet, zoals naar het psalmwoord beide elkaar in vrede ontmoeten (Psalm 85:11; zie ook Klaagliederen 3:22-24)

(15:9-12) En Paulus, hoe fundeer jij dit alles bijbels? Geen Nieuwe Testament bestaat nog. De Schriften van Israel dus. De Tenach.

Citaten klinken uit de Tora, uit de Profeten, uit de Geschriften (twee maal) Vier Schriftwoorden, met elk in zich het woord ethnè.

(15:13) En dat alles uitlopend op de hoop, de verwachting, ha tikva. In kracht van Ruach hakodesj, heilige Geest.

Heidenen verbonden met Joodse volk in de lofprijzing. Dat raakt het wezen van de kerk. De lofprijzing gaande houden met Israel, met ‘hart en mond en daad en leven’ (Cantate 147 van Bach)

Onopgeefbaar verbonden? Allereerst vanwege deze Jezus, Dienaar van het volk Israël. Zijn volk Israël.

4.

Deze onopgeefbare verbondenheid met het volk Israel, sluit die verbondenheid met mede-christenen uit? Natuurlijk niet. Integendeel. Het filmverslag van het martelaarschap van Koptische medechristenen op het strand van Libië heb ik gezien. De golven rood gekleurd van het bloed. Aan christenen in het Midden-Oosten denken we nu. In Syrië en Irak. Maar ook in Bethlehem en Nazareth. Vanuit genoemde onopgeefbare verbondenheid is de kerk meervoudig verbonden. In wereldwijde oecumene. Met christen-Palestijnen in het bijzonder.

Zoals concreet gemaakt in een nieuw projekt van Kerk in Actie: naast Sabeel nu ook Seeds of Hope. Oecumenisch meervoudig verbonden, maar op basis van onopgeefbaar verbonden met Israël.

In een recensie van ‘De muur is afgebroken’, uitgave van Kairos Palestina Nederland en Vrienden van Sabeel Nederland, schreef ik desgevraagd in het Infobulletin van Sabeel:

‘Onder zijn bewogen pleidooi heeft Veldhuis (dr H. Veldhuis, opsteller van ‘De muur is afgebroken’) een stevige theologische vloer gelegd. In Jezus Christus is de universele liefde van God uitgegaan naar alle mensen. Zo klinkt als grondtoon. Er loopt zelfs een nagenoeg rechte lijn van het Evangelie naar de Universele verklaring van de rechten van de mens. En in dat christelijk universum wordt dan ook Israel ondergebracht.

Deze universeel getoonzette theologie is de mijne niet. Ik herken de oeroude theologie die het Oude Testament vroeg of laat doet verdampen en daarmee het Joodse volk van vlees en bloed.

De universele God heb ik leren kennen als de God van Israël. In Jezus Christus, die geen Nederlander, geen Palestijn maar die Jood is’.

5.

Als het drááit om de onopgeefbare verbondenheid, waar gáát het dan tenslotte om? De kerk strekt zich uit naar de komst van het Koninkrijk van God, delend in de aan Israël geschonken verwachting. Opmerkelijk, evenals dat over de onopgeefbare verbondenheid dateert het voorstel deze woorden in de kerkorde toe te voegen uit 1979.

De hervormde nota ‘Getuigend leerlingschap’ vond dat in de kerkorde duidelijker tot uitdrukking moet worden gebracht ‘dat de verwachting van het Koninkrijk Gods niet een exclusief kenmerk van de kerk is, maar dat het om de in Israël gewekte verwachting gaat waarin de kerk mag delen.’ Nu luistert dit delen ongelooflijk nauw. Het is als het delen van de wilde olijf in de sappen van de tamme olijf. Er is sprake van een sunkoinoonos. Dat is en blijft een tere verhouding. Daarom kijkt Paulus de heidenen van huis uit diep in de ogen. Ik spreek tot jullie heidenen.

Wees niet hoogmoedig, maar vrees, ken je plaats in de vreze des HEREN (Rom. 11:13)

Het Koningschap van God op aarde. Gemeenschappelijk perspectief van Israel en de kerk. Zoals verwoord in de brochure ‘Onopgeefbaar verbonden’ van ‘het Israël-overleg’: ‘Het uiteindelijke doel van God is niet hemelse gelukzaligheid, maar de oprichting van het toekomstige rijk van vrede en gerechtigheid’.

Met opperrabbijn Jacobs was ik eerder in Nijkerk samenIMG_0944

– bij de onthulling van het Monument voor de omgebrachte Joden van Nijkerk. Rabbijn Jacobs noemde het monument ‘een grafzerk voor hen die niet mochten terugkeren naar “hun” Nijkerk’.

– bij de plaatsing van het hek van de voormalige synagoge voor de ingang van de Joodse begraafplaats aan de Oude Amersfoortse weg. Rabbijn Jacobs zei bij die gelegenheid ‘We denken aan de velen die hier begraven hadden willen worden, maar aan wie dat is onthouden.’

– bij het leggen van de Struikelstenen op de stoep van de huizen van de vermoorde Joden en verzetsstrijders. Rabbijn Jacobs sprak toen: ‘Het is een les voor de toekomst. Het toont wat er kan gebeuren als er een dictatoriaal gezag is wat de verkeerde kant op wil gaan’.

Nu samen in een Nijkerkse kerk – dat gebeurde niet eerder.

Vandaag op deze plek willen wij tegenover u en uw Joodse gemeenschap bevestigen dat we ons met u verbonden weten.

Onopgeefbaar.

Bijlage I

DE ISRAEL-PASSAGES IN DE KERKORDE VAN DE PROTESTANTSE KERK IN NEDERLAND

Artikel I  

1.   De Protestantse Kerk in Nederland is overeenkomstig haar belijden gestalte van de ene heilige apostolische en katholieke of algemene christelijke Kerk die zich, delend in de aan Israël geschonken verwachting, uitstrekt naar de komst van het Koninkrijk van God.

7. De kerk is geroepen gestalte te geven aan haar onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël. Als Christus-belijdende geloofsgemeenschap zoekt zij het gesprek met Israël inzake het verstaan van de Heilige Schrift, in het bijzonder betreffende de komst van het Koninkrijk van God.

ORDINANTIE 1

Artikel 2. Het gesprek met Israël 

  1. De kerk is geroepen in al haar geledingen het gesprek met Israël te zoeken en gestalte te geven aan de verbondenheid met het volk Israël.
  2. De generale synode – daarin bijgestaan door organen van de kerk die op dit terrein werkzaam zijn – heeft hierbij in het bijzonder tot taak:

– het onderzoek van de Heilige Schrift ten aanzien van de vragen met betrekking tot Israël te bevorderen,

– leiding te geven aan

– de verdieping en verbreding van het inzicht van de kerk in de weg van God met Israël

en

– het gesprek met Israël,

– het inzicht in en bestrijding van antisemitisme te bevorderen,

– de gemeenten toe te rusten tot de ontmoeting met Israël,

– de aandacht voor de plaats van joodse leden van de kerk te bevorderen,

– de arbeid ten behoeve van Israël in de verschillende geledingen van de kerk te coördineren.

3.         De arbeid met en ten behoeve van Israël wordt zoveel mogelijk verricht in samenwerking met organen van andere kerk

 

Bijlage II

Romeinen 15:7-13 (Herziene Statenvertaling)

7 Daarom, aanvaard elkaar zoals ook Christus ons aanvaard heeft, tot heerlijkheid van God.

8 En ik zeg dat Jezus Christus een Dienaar van de besnijdenis is geworden ter wille van de waarheid van God om de beloften aan de vaderen te bevestigen,

9 en opdat de heidenen God zouden verheerlijken vanwege de barmhartigheid, zoals geschreven staat:

Daarom zal ik U belijden onder de heidenen,

                        en Uw Naam lofzingen. (Psalm 18:50)

10 En verder zegt Hij:

Wees vrolijk, heidenen, met Zijn volk! (Deut. 32:43)

11 En verder:

Loof de Heere, alle heidenvolken, en prijs Hem,  alle  volken! (Psalm 117:1)

12 En verder zegt Jesaja:

De wortel van Isaï zal er zijn

                        en Hij Die opstaat om heerschappij te voeren over de heidenen,

                        op Hem zullen de heidenen hopen. (Jes. 11:10)

13 De God nu van de hoop moge u vervullen met alle blijdschap en vrede in het geloven, opdat u overvloedig bent in de hoop, door de kracht van de Heilige Geest.