Landelijke dag 2015 – lezing Lenny van der Linden

Onopgeefbaar verbonden

De spellingscontrole van de computer herkent onopgeefbaar niet en reageert direct met een rood golfje onder het woord.

Onopgeefbaar verbonden, geïntroduceerd in de kerkorde, na de 2e Wereldoorlog, na de moord op 6 miljoen Joodse medeburgers in christelijk Europa. Wat leert ons ‘De theologie na Auschwitz’?

Onopgeefbaar verbonden, ook toen de stichting van de staat Israël in 1948 een vraag aan de kerk werd.

Om meerdere redenen houdt dit begrip ons bezig. Juist omdat het in één adem wordt genoemd met ‘verbonden met het volk Israël’ en ‘gestalte geven’.

Hoe kun je gestalte geven aan een begrip dat grammaticaal gezien niet eens bestaat?

Hoe kun je gestalte geven als je niet weet met wie of wat je een verbondenheid veronderstelt?

Hoe kun je gestalte geven als je geen weet hebt van het  Joodse gedachtegoed van diegene met wie je het gesprek zoekt en tegen wie je eenzijdig betuigt onopgeefbaar verbonden te zijn?

Het lijkt wel of wij inmiddels ‘onontwarbaar’ zijn verbonden met Israël. We komen er maar niet uit.

Het juiste zicht wordt ons ontnomen door het gebruik van de verkeerde bril: we kijken met een theologische bril naar de politiek en met een politieke bril naar de theologie. Daarbij wordt de staat Israël  en tegelijkertijd Joodse burgers wereldwijd onder het vergrootglas gelegd: aan het ideaalbeeld dat wij eerst van hen hebben gemaakt, wordt niet voldaan. De droom spat uiteen, en dat nemen wij hen kwalijk.

Terwijl de vraag aan onszelf zou moeten zijn: wat is er toch mis met onze bril?

Als Jezus het hart vormt van onze christelijke theologie en we erkennen dat hij niet los gezien kan worden van zijn Joodse context, dan kan het toch niet anders dan dat wij in gesprek met en  in de leer  willen gaan bij zijn Joodse familie? Als iemand je dierbaar is, wil je toch alles van hem weten, hem beter leren kennen?

Tora en Tenach was wat hij leerde en leefde en wat in de Joodse gemeenschap wereldwijd nog elke dag  leeft. ‘Onze’ bijbel, Joods erfgoed, waarin wij mogen delen, is een geschenk dat wij nog op waarde moeten leren schatten.  Alleen al de omgang met de teksten, de leesrichting van Tenach naar NT.  en vice versa kan ons zoveel leren. Tora – Tenach – Talmoed – NT, vormen een doorgaande lijn, geen tegenstelling of vervangingsleer.

In de Joodse traditie kent men het begrip Machloket, verschil in mening.

De gedachte is dat God ruimte geeft in Tora, zodat mensen met verschillende karakters en in veranderende situaties er mee uit de voeten kunnen. Als elk individu Tora bestudeert zoals hij die begrijpt en vervolgens zijn visie toetst aan die van anderen, dan ontstaat de beste garantie voor het benaderen van de waarheid. Juist de verschillen in mening leiden tot een dieper inzicht. Dat is de kracht van Machlóket.

“De kerk is geroepen gestalte te geven aan haar onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël”, moet naar mijn idee maar gewoon in de kerkorde blijven staan, als een voortdurend appel aan de kerk om met dat grammaticaal onmogelijke begrip te blijven worstelen.

De kerk moet zich bewust zijn en blijven van haar Joodse wortels. Wie zijn wortels niet van de juiste voeding voorziet, kan niet groeien, heeft geen toekomst.

„Zonder Israël niet volgroeid”      Henk Vreekamp   1987 

Toen ik op 22-jarige leeftijd op 14 april 1980 op Schiphol in het vliegtuig naar Tel Aviv stapte, kon ik niet vermoeden dat mijn verblijf van twee maanden in Israël zo’n grote invloed  zou hebben op de rest van mijn leven.

Als één van de vele vrijwilligers uit diverse landen was ik werkzaam in de grapefruitboomgaarden van een kleine kibboets in het zuiden van het land. Kibboets Erez, gelegen vlakbij de doorgaande weg van Ashkelon naar Gaza. Er stonden grote hekken met prikkeldraad rondom de kibboets en de mannelijke bewoners liepen ’s avonds en ’s nachts bij toerbeurt wacht, gewapend met Uzi pistoolmitrailleurs. Een week voordat ik naar Israël zou vertrekken , was er een bloedige aanslag op kibboets Mizgav Am, vlakbij  Kirjat Sjemona, in het noorden van Israël, dichtbij de Libanese grens.

In Jeruzalem werd je bij de toegang tot het tempelplein bij de Klaagmuur gefouilleerd en werd je tas helemaal doorzocht. In grote winkelcentra in bijvoorbeeld Tel Aviv gebeurde hetzelfde. Gewapende soldaten reden mee in de bussen van het openbaar vervoer.

De dreiging van PLO-aanslagen op de Israëlische bevolking maakte deel uit van het dagelijkse leven.

Maar Israël heeft vele gezichten.

In de kibboets maakte ik de wekelijkse sjabbat mee, er werd een baby geboren en na 8 dagen werd het jongetje besneden en werd er met de hele kibboets feest gevierd.

Ik leerde het land kennen en zag bijbelse teksten tot leven komen: Jeruzalem, hooggelegen, de heuvels van Judea,  de rivier de Jordaan, de herder met zijn kudde schapen, Galilea, het meer van Tiberias, de woestijn. Ik ontmoette Joodse, Arabische, Armeense, Grieks-Orthodoxe  inwoners van Israël.

Ik leerde de taal, ik zong de eeuwenoude liederen in de synagoge, ik voelde me thuis.

Weer terug in Nederland liet Israël mij niet meer los. Ik bleek onopgeefbaar verbonden, hoewel die uitspraak mij toen nog niet bekend was.

Ik ging mij verdiepen in de Joodse traditie, ontdekte de Joodse wortels van het Christendom, las boeken en bezocht  leerhuizen.

In 1992 werd ik door mijn toenmalige wijkpredikant gevraagd om lid te worden van de nieuw op te richten classicale commissie Kerk & Israël Zoetermeer. Tevens werd ik in de eigen wijkgemeente officieel contactpersoon voor Kerk & Israël.

Mijn persoonlijke ontmoeting met het levende Jodendom werd nu gevolgd door de uitdaging om concreet de onopgeefbare verbondenheid handen en voeten te geven.

In onze kersverse classicale commissie  Kerk & Israël bestudeerden wij tijdens elke vergadering ter bezinning en verdieping het boekje „Zonder Israël niet volgroeid”  van Henk Vreekamp.

Het is bedoeld voor lezers uit alle geledingen van de gemeente. Het is bedoeld voor studiekringen, K&I-commissies, leerhuizen, ambtsdragers en cursisten van de theologische vorming van gemeenteleden.

Voorgangers vinden hier in kort bestek een verantwoorde historische inleiding in de Israëltheologie.

De eerste druk van dit boekje verscheen dan wel in 1987, maar de inhoud is nog steeds heel actueel.

Waarom Kerk & Israël? positieve vraag

Hoezo Kerk & Israël? negatieve vraag

Er wordt nogal eens, ten onrechte, gedacht dat het werk van K&I thuishoort in de categorie hobby voor liefhebbers. Zoals je postzegels kunt verzamelen en lid kunt zijn van een bridgeclub, kun je in je vrije tijd bezig zijn met K&I. Dit is niet juist. Het werk van Kerk en Israël is officieel vastgelegd in de kerkorde, de grondwet van de kerk. Voor deze taak zijn vrijwilligers officieel afgevaardigd door hun kerkenraad; dit kan zijn op plaatselijk, classicaal, provinciaal of landelijk niveau. Kerk en Israël is dus geen vrijblijvende hobby, of zo maar een persoonlijk initiatief van enkelingen, maar officieel beleid van de kerk.

Voor een gemiddeld gemeentelid in de kerk zal het begrip kerkorde niet meteen enthousiaste gevoelens oproepen. Meestal is men niet op de hoogte van dit document, nog vaker heeft men geen idee wat er in staat. Ook menig kerkenraadslid c.q. predikant kan zijn of haar tijd wel beter besteden dan aan dit onbekende – onbeminde geschrift. De kerkorde, de grondwet van de Protestantse Kerk in Nederland, is geen politiek partijprogram, maar een theologisch document, de leidraad voor het gestalte geven aan het werk in al zijn facetten in de kerkelijke gemeenten in Nederland.  En dit gaat ons allen aan.

Ik hoop dat ik u vandaag een nieuwe kijk kan geven op het ontstaan en de betekenis van de kerkorde, juist in samenhang met de theologie van de kerk t.a.v. Israël.

In de kerkorde gaat het om theologische uitspraken. In de kerkorde gaat het niet om politieke statements.

Het is van groot belang om dit onderscheid te maken. Daarmee wordt niet gezegd dat politieke betrokkenheid niet belangrijk zou zijn, maar dat hoort thuis in een andere discussie. De onmacht en verdeeldheid t.a.v. de politieke situatie in de staat Israël verlamt momenteel de kerk, terwijl intussen de mogelijkheden en positieve bijdragen die er wel degelijk zijn, passend bij haar opdracht, al lang uit het vizier lijken verdwenen. Maar hoe vertaal je de hooggestemde woorden in de kerkorde naar de weerbarstige praktijk van alle dag binnen de kerkelijke gemeente?

Predikanten en kerkenraden hebben hun handen vol aan het reilen en zeilen van hun gemeente. Je moet nu eenmaal prioriteiten stellen. Daar kan Kerk en Israël eigenlijk niet ook nog eens bovenop. Die gedachte is heel begrijpelijk en tegelijkertijd wringt daar ook de schoen.

Vanuit de kerkorde gedacht is K&I niet iets dat als extra van buitenaf op ons afkomt, maar dat, als het goed is, deel uitmaakt van het beleidsplan van elke kerkenraad, zoals ook pastoraat, diaconaat en gemeenteopbouw daar een duidelijke plaats in hebben. Kerk en Israël hoort thuis in het hart van de gemeente: in de eredienst (hoe lezen wij de teksten in de bijbel en haast nog belangrijker, hoe leggen wij deze uit? In de liturgie: welke liederen zingen wij en hoe?)

In bijbelkringen, vorming en toerusting, gemeente-opbouw.

Catechese, kindernevendienst.

Een belangrijke rol in dit geheel is weggelegd voor de predikant als “dienaar des woords”.

Elke zondag gaat hij de gemeente voor in de zorgvuldige omgang met het erfgoed van Israël, zowel in woord, gezang, als gebed.

En hoezeer de liturgie ook muzikaal van belang is, menig protestant zal toch de preek als belangrijkste deel van de eredienst ervaren.

Een dienaar des woords heeft dus een grote verantwoordelijkheid. Of wij christenen willen of niet, juist via het Woord zijn wij onopgeefbaar verbonden met het volk Israël. Want onze identiteit als christen valt of staat met de erkenning dat wij geënt zijn op Joodse wortels die ons dragen.

Verblijdt u en verheugt u!”

Deze afronding van de Bergrede in Mattheüs 5 sluit naadloos aan bij het gedachtegoed van de Ba’al Sjem Tov.

In de zoektocht naar vorm en inhoud van het werk van K&I is de vreugde soms ver te zoeken.

Zo’ n inspirerende oproep kunnen we dan ook wel gebruiken.

In zijn boek „Balk en splinter” beschrijft Marcus van Loopik de Joodse achtergronden van de Bergrede. De oplettende lezer zal zeker de link leggen met de openbaring van Tora op de Sinaï, de berg bij uitstek.

Zowel in Mattheüs als in Lukas is de Bergrede te vinden, in Mattheüs het meest uitgebreid.

Oog hebben voor de verbondenheid tussen de Bergrede in het NT en de Tien Woorden in Tenach is van groot belang.

Zowel in de Bergrede als in de Tien Woorden gaat het om aanwijzingen ten leven.

Op de 70e herdenking van de bevrijding van Auschwitz op 27 januari j.l. hield de 85-jarige Roman Kent een indrukwekkende toespraak. Hij deed een dringende oproep aan de toehoorders:

„Wij overlevenden willen niet dat ons verleden de toekomst wordt van onze kinderen”.

„ Wees nooit een toeschouwer!”

„Alleen herinneren is niet genoeg! We moeten ook daden stellen!”

In de context van verbondenheid met Tora en verbondenheid met Israël, wil ik u graag 10 woorden, 10 aanwijzingen meegeven om de opdracht ten aanzien van Kerk & Israël, gestalte te geven.

Het is geen vraag óf we wel iets aan K&I moeten doen.

Het is een opdracht dát K&I een plaats hoort te hebben in het hart van onze kerkelijke gemeenten!

‘De Protestantse Kerk heeft een duidelijk standpunt ten aanzien van onze onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël en de bestrijding van antisemitisme. De kerkorde heeft dit duidelijk verwoord. De kerk in haar geheel en al haar ambtsdragers dienen aan deze roeping gehoor te geven in hun spreken en handelen. Daarom mogen we elke predikant, elke ambtsdrager en gemeentelid oproepen om zich hierdoor te laten leiden en ons te weer stellen tegen elke vorm van antisemitisme. De kerk rekent erop dat alle kerkelijke organen deze ondubbelzinnige stellingname van de kerk voluit zullen honoreren. Dit alles brengt ons ertoe om ons steeds bezig te houden met de invulling en nadere concretisering van de verbondenheid met het volk Israël en de bestrijding van het antisemitisme. Generale synode te Lunteren op 16 juni 2006

Tien aanwijzingen voor actie

1.In het beleidsplan van elke kerkenraad hoort ook een paragraaf thuis over Kerk en Israël (net als voor Diaconaat, Pastoraat, Kerkvoogdij etc.)

2.In samenspraak met de predikant en kerkenraad een plaatselijke werkgroep K&I oprichten (liefst bestaand uit minimaal 2 personen)

3.Elk jaar op de eerste zondag in oktober de Israëlzondag vieren (materiaal verkrijgbaar bij het LDC Utrecht; Christenen voor Israel www.christenenvoorisrael.nl en ook het Centrum voor Israëlstudies, CIS, heeft een eigen website en verzorgt materiaal, www.centrumvoorisraelstudies.nl)

4.Zorgvuldige aandacht voor de viering van de zondagse eredienst; wat zou het mooi zijn als het elke zondag Israëlzondag blijkt te zijn!

(een belangrijke rol voor de voorganger: welke bijbelvertaling hanteer je – oog voor de exegese vanuit de Joodse context – de verhouding en verbinding tussen Tenach en NT – in de liturgie: de plaats en de inhoud van de liederen en het gebed, in elk geval de voorbede)

5.Leerhuis voor pastores (zie voorbeeld in Zuid-Holland, o.l.v rabbijn Tzvi Marx al meer dan 15 jaar een leerhuis voor predikanten waar wordt gestudeerd vanuit Tenach en Talmoed

Voor informatie: ds. Nico van der Houten, nwhouten1960@kpnmail.nl)

Plus de cursus voor anbtdragers in de provincie Zuid-Holland “Herkennen wij de Joodse wortels in het Chistendom?”

(4 avonden zowel in Wassenaar als in Berkel en Rodenrijs; wesseling.j@hetnet.nl)

6.Kleine artikelen over Joodse onderwerpen in kerkbladen en op de website van de plaatselijke gemeente plaatsen; info en boeken over Joodse onderwerpen op de boekentafel in de kerk.

(De provinciale commissie K&I Utrecht heeft een eigen archief met artikelen beschikbaar; Louise Kathus in Ermelo en Aart Prinsen in Nieuwerkerk a/d IJssel)

Het Platform wil daarbij aan teksten helpen.

7.Vorming en Toerusting is dé uitgelezen plek om Kerk & Israël in bijbelkring, leerhuis en catechese voor de gemeenteleden toegankelijk te maken.

(materiaal is verkrijgbaar zoals Tenachon via www.stichtingpardes.nl – Lernen met LEV via

www.stichtinglev.nl – het OJEC via www.ojec.org

Ook via Joodse kunst, cultuur en muziek kunnen mensen met elkaar verbonden worden.

Voorbeeld: het schilderijenproject van Ruud Bartlema, predikant en beeldend kunstenaar, met als titel Wijsheid in Kleur. Met bijbehorend boekje en posters over de mystieke betekenissen in de letters van het Hebreeuwse alfabet.

Voor nadere informatie: Lenny van der Linden, lindenhart@hetnet.nl)

8.Presentatie van het werk van Kerk & Israël op gemeente-avonden, classesvergaderingen en Classicaal Regionaal Overleg-vergaderingen maken een groter publiek bewust van de opdracht die de kerk zichzelf heeft gesteld.

(de voorzitter van de provinciale commissie K&I Zuid-Holland wordt voor deze bijeenkomsten met regelmaat gevraagd voor een lezing en gesprek. Dit heeft wel degelijk effect op de afgevaardigden van de plaatselijke gemeenten.

Voor nadere informatie: Lenny van der Linden, lindenhart@hetnet.nl)

9.Uitgeven van een nieuwsbrief en folder met informatie omtrent Kerk & Israël.

(De provinciale commissie Kerk & Israël Zuid-Holland geeft sinds 15 jaar, twee keer per jaar in maart en in september een nieuwsbrief uit. Deze wordt verzonden naar alle classicale en, voor zover bekend, plaatselijke commissies in de provincie.

Met daarbij de oproep om deze nieuwsbrief te verspreiden in de eigen omgeving voor boekentafel/informatietafel in de kerk, de kerkenraad met predikant.

Tevens is er een folder ontwikkeld, op A4-formaat.

In een viertal punten wordt kort de betekenis en de inhoud van Kerk & Israël onder de aandacht gebracht)

10.Een Israëlreis onder leiding van een predikant met kennis van zaken en oog voor de Joodse context biedt een waardevolle bijdrage om het levende Jodendom anno nu te ervaren. De ervaring leert dat zo verleden, heden en toekomst mensen aan het denken zet en aan het leren houdt. Plus 11e gebod: wees geen toeschouwer!!