Documentaire Bromet ongeschikt als basis voor gemeentegesprek. Onze bezwaren.

De PKN heeft besloten op basis van de documentaire van Frans Bromet  “Alsof ik Palestina heb gestolen” op te roepen tot gesprek binnen de plaatselijke dorpen en steden over “Het Israëlisch-Palestijns conflict en het antisemitisme dat het hier in Nederland teweeg brengt …..”

Deze documentaire werd 31 oktober 2021 voor het eerst getoond op de ontmoeting van het OJCM, het Overlegorgaan voor Joden, Christenen en Moslims. Deze vindt elk jaar plaats tussen vertegenwoordigers van deze godsdiensten.

Volgens dit voorstel van de PKN ‘…..brengt de (documentaire) gevoeligheden in beeld vanuit de verschillende perspectieven op antisemitisme en het Israëlisch-Palestijns conflict en laat (hij) ook goed zien hoe wij daardoor vaak tegenover elkaar komen te staan’. En de vraag hierbij is of wij dat ook ‘wellicht in onze gemeente herkennen.’

In een begeleidend schrijven wordt voorgesteld eerst de documentaire (nog eens) te bekijken en naar aanleiding van de vragen met elkaar in gesprek te gaan.
Nog afgezien of deze film geschikt is als uitgangspunt voor een bespreking van dit internationaal politieke en interreligieuze vat vol dilemma’s, lijkt het ons al ingewikkeld genoeg om plaatselijk mensen te vinden die dit gesprek zouden kunnen faciliteren. Je hebt er immers wel goede kennis van de Midden Oosten problematiek voor nodig, van de internationale verhoudingen in dat deel van de wereld en van de geschiedenis van de ontwikkelingen die hebben geleid tot de huidige situatie willen mensen hier zinnig met elkaar over kunnen spreken.

Het doel en de ‘opdracht’ van deze gesprekken zou moeten zijn “vanuit de religie vooral ook als ‘kinderen van Abraham’ …….  elkaar vast te houden en (ons) niet uit elkaar te laten drijven door conflicten en negatieve framing vanuit de media.”
Maar het medium dat nu wordt ingezet, vinden wij inhoudelijk allesbehalve van waarde voor dit gesprek.

Via deze link kunt u de documentaire bekijken:

https://www.npostart.nl/2doc/29-11-2021/KN_1727731

Bij deze film worden de volgende vragen aangereikt om in groepen te bespreken:

  • Herkennen wij de invloed van het conflict tussen Israël en Palestina op onze onderlinge verhoudingen hier? 
  • Hoe kunnen wij opkomen voor elkaar zonder tegenover elkaar komen te staan?
  • Kunnen wij ons verplaatsen in het verdriet van de ander, zoals wat wij zagen bij Van Agt?
  • Kan polarisatie in Nederland op enige wijze voorkomen worden?
  • Is het logisch om antisemitisme in de strijd tegen discriminatie apart te behandelen?

Deze vragen hebben we overgenomen uit het persbericht van de PKN (te vinden onder https://www.protestantsekerk.nl/nieuws/documentaire-alsof-ik-palestina-gestolen-heb/  )

Onze bezwaren:

De uitzending is behoorlijk tendentieus. Het ontbreekt aan eerlijke en feitelijk, historische achtergronden. Daarmee ontstaat voor de oppervlakkige kijker het beeld van een symmetrisch en gelijkwaardig probleem tussen Joden en Arabieren met als bron de politieke situatie in de huidige staat Israël.  Dat het onderscheid tussen antizionisme en antisemitisme flinterdun is wordt bij gebrek aan doorvragen door interviewer Bromet niet duidelijk. Sterker nog, de groei van het antisemitisme in Nederland wordt gebagatelliseerd, zelfs ontkend,  want zou door het CIDI cijfermatig overdreven zijn.
We verwijzen in dit verband graag naar de meerdelige Nederlandse serie “De kanarie in de kolenmijn” van Hanneke Groenteman of de toespraak van opperrabbijn Jonathan Sacks voor het Europese Parlement, september 2016: “The Mutating Virus: Understanding Antisemitism”.
Gebrek aan (achtergrond)informatie en het inspelen op gevoel wreekt zich en maakt deze documentaire van Bromet uiterst verwarrend.
Schadelijk is het om ‘slechts’ en ‘neutraal’ te registreren met een camera.

Gesteld wordt dat het begrip ‘antisemitisme’ niet helder is, alsof ieder zich daar een mening over kan vormen of er iets van kan vinden of maken. Niets is echter minder waar. In de Europese IHRA (International Holocaust Remembrance Alliance) definitie staat duidelijk omschreven wat onder antisemitisme dient te worden verstaan. De Protestantse Kerk  in Nederland weet zich volgens eigen kerkorde geroepen het te bestrijden.
(Zie onze website onder ‘actualiteiten’ en ‘algemene informatie’).

Zo maakt de Marokkaanse influencer Youness Ouaali – zonder het te beseffen? – gebruik van een overbekende redenering dat de Joodse lobby overal aanwezig is: “Ze hebben een hele sterke groep achter de schermen, die in de media zitten en in het bedrijfsleven…” […].  “Alle belangrijke posities… daar zitten ze. En ze werken ook echt samen en georganiseerd.”  Waar kennen we deze redenering van? Slechts het ‘kapitaal’ wordt (nog) niet genoemd…
En Bromet volgt al hummend en zonder door te vragen dit relaas.
En waar deze Marokkaanse Nederlander zich contextueel vanuit zijn eigen levensverhaal de slachtofferrol aanmeet (“ik ben ook altijd al gediscrimineerd en Israël discrimineert Palestijnen) blijft ook hier het zwart-wit denken (Israël is de dader/ agressor en de Palestijnen zijn slachtoffer) onweersproken. Wat resteert is de idee dat antisemitisme geen bijzonder probleem is, hoogstens het gevolg van Israëls optreden daar. ).
Bromet graaft in deze documentaire niet dieper dan een duimnagel.

Derhalve hebben wij gemeend een reactie op deze aangekondigde activiteit van de PKN aan de scriba, dr. R. de Reuver te zenden waarin we onze bezwaren kenbaar maken.

De inhoud:

03-01-22

Geachte heer De Reuver,

Op de website van de PKN lazen wij dat de televisiedocumentaire “Alsof ik Palestina gestolen heb” van Frans Bromet aanbevolen wordt om het gesprek in de gemeente te voeren over de dilemma’s en gevoeligheden t.a.v. het Israëlisch-Palestijnse conflict.

Als St. Platform Appèl Kerk en Israël hebben wij daar grote moeite mee en wel om de volgende redenen.

Deze documentaire toont weliswaar “de gevoeligheden vanuit verschillende perspectieven op antisemitisme en het Israëlisch-Palestijnse conflict”, maar aangezien dit gebeurt zonder enige duiding of context is het voor de kijker onmogelijk om hiermee een beter beeld te krijgen van dit conflict en zijn achtergronden. Feiten, meningen en vooroordelen buitelen over elkaar heen,  beweringen spreken elkaar regelmatig tegen, zodat de kijker na afloop nog geen enkel inzicht heeft gekregen in het hoe en waarom van dit conflict. De verwarring is alleen maar groter geworden.

Bovendien wordt gedaan alsof het hier om een symmetrisch conflict gaat waarbij twee partijen in gelijke mate dader en slachtoffer zijn. De vaak gewelddadige antisemitische aanvallen hier in Nederland worden op een lijn gezet met de anti-Palestijnse aanvallen van sommige militante kolonisten op de Westbank. De tranen van de heer Van Agt onderstrepen het leed van de Palestijnse familie. Hoewel hij altijd een activist was voor de Palestijnse zaak, is hij nooit publiekelijk in huilen uitgebarsten. Hij had hier tegen zichzelf beschermd moeten worden. Zoals bekend zijn mensen die een hersenbloeding achter de rug hebben snel geëmotioneerd. Om hem op deze manier in te zetten, voelde als goedkoop effectbejag. Persoonlijk leed is in elke familie aangrijpend, aan beide kanten. Er hadden ook Joodse tranen getoond kunnen worden. Maar dat staat los van inzicht en uitleg over de aard van het conflict.

Een eerlijke weergave zou geweest zijn dat Joden in Nederland wel bedreigd en aangevallen worden door (aanhangers) van Palestijnen, maar niet andersom.

De soloacties door militante kolonisten zijn ernstig, en worden ook aan Israëlische kant met afschuw bekeken. Het geweldsmandaat, zoals in elk democratisch land, ligt bij het leger. In de islamitische wereld wordt echter iedere moslim opgeroepen de jihad tegen Israël te voeren, gevoed door een ideologie die het bestaansrecht van de staat Israël ontkent en zelfs haar vernietiging nastreeft. Hoeveel kritiek er ook op het Israëlische beleid geleverd kan worden, hoeveel afkeer of haat sommige individuen ook uiten, de Israëlische regering en de rabbijnse religieuze leiders hebben altijd ingezet op het compromis, in welke vorm dan ook. 

Zeer tendentieus is de opmerking vanuit The Rights Forum dat “antisemitisme een effectief wapen is waarmee kritiek op de staat Israël monddood wordt gemaakt”.  Zowel door de Joodse deelnemers aan de documentaire als  in de definitie van de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) wordt een scherp onderscheid gemaakt tussen antisemitisme en gefundeerde kritiek op Israël.  Het laatste staat iedereen vrij. Door toch steeds deze vergelijking te maken, wordt het ongehinderd uiten van antisemitische opmerkingen onder het mom van ‘kritiek’ heel makkelijk. En daarmee het ontmaskeren van echt antisemitisme bemoeilijkt.

Het moge duidelijk zijn dat wij het initiatief toejuichen om dit gesprek in de gemeente te voeren. Wij zijn heel benieuwd hoe de nieuwe brochure van de Protestantse Raad daarbij functioneert. Maar wij zouden u met klem willen vragen deze verwarrende documentaire daarvoor niet te gebruiken.

Met collegiale groet,

De leden van St Platform Appèl Kerk en Israël

 

Het leek ons goed u als onze achterban op de hoogte te brengen van onze bedenkingen tegen deze activiteit van de PKN.

 

 

 

 

 

 

 

 

Comments are closed.